U bent hier

Bedrijfsleider Tim

© Shutterstock

In het verwerven van vastgoed beweert men dat drie vuistregels naar succes leiden. Locatie, locatie, locatie!

Deze week zag ik drie mogelijke panden voor de opening van een nieuw dienstencheque-kantoor. Het was eenvoudig om de grondoppervlakte, prijs en staat van de panden te vergelijken, maar de waarde van de locatie inschatten was toch net iets lastiger.

Maar dit geheel terzijde. Ondertussen leerde ik dat ook buiten het vastgoed de locatie van een ontmoeting, gesprek of vergadering enorm bepalend kan zijn.

Zoveel jaar terug, alweer lang geleden, stond ik in pyjama in een ziekenhuisgang te luisteren naar een dokter die me vertelde over chemotherapie en overlevingskansen.

Ondertussen passeerde een verpleegster met een rammelende kar met het avondeten, zocht een bejaarde vrouw naarstig een vaas voor de bloemen van haar man en hoorde ik vanuit een kamer 2 kinderen mekaar de duvel aan doen. Misschien dat daar mijn ‘locatie’-fascinatie ontstaan is?

Ook in het dagelijks ondernemersleven lijkt het me gepast om te allen tijde na te denken over de juiste plaats voor een onderonsje. Zo wisten 2 leidinggevenden van ons team me te overtuigen van hun kunnen in een gezellige plaatselijke brasserie.

Binnen ons bedrijf zijn de wandelmeetings volop ingeburgerd en de strategische meetings doen we steevast op een toffe plek, ver weg van het operationeel strijdgewoel.

Even afstand nemen van het werken in het bedrijf om te werken aan het bedrijf. Al wordt dat door mail en smartphone moeilijker en moeilijker.

Misschien moeten we volgende keer een dorpje zonder wifi zoeken? Nu ik eraan denk: een van de beste coaching die ik ooit kreeg, was in Lapland, ver weg van digitale bereikbaarheid.

Lag dit aan de coach of de locatie? Ja Ben, het lag natuurlijk ook aan jou, maar zeker ook aan de omgeving.

Je kan het gegeven van locatie nog wat verder doortrekken. Welk plekje aan tafel, in het gras of in de wandelgroep neem je in? Wil je het voortouw nemen of net niet? Wil je afstand creëren of net niet?

Binnen ons bedrijf heb ik graag dat functionerings- en sollicitatiegesprekken niet letterlijk lijnrecht tegenover mekaar gedaan worden. Dat voelt zo afstandelijk aan.

Waar positioneer ik me? Je kan er ver in gaan. Misschien moet ik er ooit een boek in plaats van een blog over schrijven. Trouwens, als we op een feestje aankomen, schuifelen we toch ook strategisch naar de tafel om toch maar ‘toevallig’ naast de juiste leukerds te zitten? Dat doet u toch ook?

Deze blog schreef ik trouwens op mijn laptop op een van de laatste zonnige dagen van het jaar vanuit mijn hangmat in de tuin. Want ook om inspiratie te krijgen zijn er locaties, locaties, locaties.

© Shutterstock

In mijn vorige blog vertelde ik al over het gebrek aan voorbeelden in het bedrijfsleven.

Dan maar over het muurtje heen kijken om inspirerende voorbeelden te ontdekken.

Zo kom ik bij Eddie Vedder uit, frontman van Pearl Jam. En daar geef ik jullie graag drie goede redenen voor.

Je kan discussiëren over teksten en zangkwaliteit, maar ik zocht naar voorbeeldgedrag dat je ook in het bedrijfleven kan toepassen.

Passie en overtuiging

In 1992 speelde Pearl Jam op het podium van Pinkpop in Nederland. Kijk gerust even terug naar de fragmenten van ‘Alive’ en ‘Porch’. 

De blik in de ogen van Vedder, de passie en overtuiging... Als je iets wil bereiken moet je die grinta hebben. Geloof in wat je doet en brengt. De stoom zie je letterlijk uit zijn lijf komen.

En dat hij ook ‘out of the box’ durft denken en vanuit een televisiekraan het publiek induikt, ook dat moet je als ondernemer af en toe eens durven. Waauw!

Stabiliteit en zelfzorg

We spoelen jaren verder. Generatiegenoten van Vedder zijn veelvuldig de weg kwijtgeraakt onderweg. De druk van het succes is niet makkelijk te dragen, de verlokkingen van roem en geld zijn serieuze wolfijzers.

Sommige van zijn collega’s gingen figuurlijk én letterlijk ten onder aan drugs, de druk, geld, meningsverschillen en foute feestjes met foute vrouwen.

Eddie Vedder is nog altijd ‘alive’ en heeft het privéleven van een doorsnee man.

Om te ondernemen, te slagen en te blijven slagen heb je stabiliteit nodig en moet je goed voor jezelf zorgen.

Je kan pas presteren als je goed in je vel zit, als alles stabiel loopt.

Nederigheid en maatwerk

Als je als bedrijf of als persoon groot en succesvol wordt, kan je je makkelijk verschuilen achter begrippen als onverschilligheid, zelfgenoegzaamheid en desinteresse.

Vedder geeft anno 2019 soms live-optredens van 3 uur! En omdat hij weet dat enkele superfans verschillende optredens na mekaar volgen, verandert hij telkens zijn setlist.

Maatwerk! Aandacht voor de mensen die hem en zijn groep altijd op handen hebben gedragen.

Ik ben ervan overtuigd dat die nederigheid en attentvolle aandacht je ook als ondernemer vooruithelpen en ervoor zorgen dat je ’s avonds met een grotere glimlach in de spiegel kijkt. Want je doet het toch niet enkel voor het geld?

Ik hoop dat jullie na het lezen van deze blog en het zien van de beelden van 1992 even heel hard knikken, en ook af en toe eens over het muurtje durven kijken.

© Shutterstock

Jonge voetballers vergapen zich aan de dribbels van Messi en via Youtube oefenen ze dezelfde kunstjes in.

Muzikanten wonen optredens bij, laten zich inspireren door de poses en de speelstijl van hun helden en wagen zich meer dan eens aan een cover van hun favoriete bands.

In het bedrijfsleven is het iets lastiger om voorbeeldrollen en inspirators te vinden.

Soms kan je al eens een lezing bijwonen van de een of andere. En tegenwoordig val je over de managementboeken met verhalen en tips.

Het is een begin, maar een ondernemer op de werkvloer in de meeting room volgen om zo te stelen met je ogen en oren? Neen, dat zit er eigenlijk niet in.

Je rolt er vaak zomaar in als leidinggevende of directeur. Bedrijfsleiders zijn blijkbaar ook niet sexy of boeiend genoeg om hen tijdens hun job te volgen op televisie.

Of zouden de bedrijfsleiders zelf er geen tijd voor willen maken? Of bang zijn dat ze door de mand gaan vallen wat betreft hun stijl en kunde?

Wie zal het zeggen? Voor het algemeen belang lijkt het anders niet verkeerd te zijn om als ondernemer anderen te inspireren om ook te ondernemen en om tips uit te wisselen.

Ik zou wel eens een vlieg willen zijn op de schouder van Wouter Torfs, Bart Verhaeghe, Wouter Vandenhaute en co.

Als manager-leidinggevende kan je natuurlijk wel 24/7 opleidingen volgen, lezingen bijwonen en consultants inhuren.

Maar dan komt mijn sceptische kant naar boven.

Als je zelf nooit op dat podium hebt gestaan, nooit de beslissingen hebt moeten nemen, nooit de hanen hebt moeten scheiden in het kippenhok, kan je dan wel het juiste advies en de perfecte tips aanreiken?

Ervaring lijkt me toch wel een mooie meerwaarde?

Diezelfde opmerking kan je over het onderwijs maken.

Leerkrachten presteren een geweldige job, maar ze moeten jongeren klaarstomen voor de arbeidsmarkt: een markt waar ze door vaste benoemingen en weinig arbeidsflexibiliteit bijna nog nooit zelf geweest zijn.

Daarom dat ik initiatieven om ondernemers voor de klas te brengen zo hoog heb zitten. Met de juiste woorden, voorbeelden en verhalen kan je jongelui echt wel in beweging zetten.

Langs de andere kant: nu ik stilaan een man op leeftijd word, moet ik me wel laten bijstaan door een jongere generatie die mij en ons bedrijf de spannende toekomst binnenloodst.

Instagram, Snapchat, vloggen en SEO-marketing. De jongeren hebben dan wel niet de bedrijfservaring, maar wel de juiste skills en kennis van de tijdsgeest.

Laten we besluiten dat we samen de juiste mix moeten zoeken, de mix van ervaring, kwaliteit en kennis.

En misschien toch eens overwegen om een camera te hangen in ons vergaderlokaal en er een eigen videokanaal aan te koppelen. Wie weet krijgen we navolging, zoals Messi!

© Shutterstock

Grote emoties vind je doorgaans niet op onze werkvloer. Het is niet zo dat we na het verkrijgen van de kwartaalcijfers met z’n allen naar een denkbeeldige cornervlag lopen, op onze knieën schuiven en mekaar in de armen vallen. Best wel jammer eigenlijk. Maar we zijn natuurlijk wel oprecht blij als het goed gaat, hoor. Ook de negatieve emoties worden wel beleefd, maar niet uitvergroot. Geen scheldpartijen, grote woorden of slaande deuren. Gelukkig maar. Het zou niet passen bij de stijl van ons huis, bij onze positieve energie.

Een tiental jaren terug laaiden de emoties wel hoog op. Ik reed alleen in de auto op de terugweg van onze allereerste tweedaagse ooit. Die twee dagen worden gevuld met opleidingen, workshops en uiteraard plezante dingen om onze ploeg tot een hecht blok te smeden. Ik heb gevloekt, op mijn stuur geklopt en alles en iedereen, inclusief mezelf, de schuld gegeven. Het leek me een geweldig idee. We trokken naar een mooie locatie waar zelfs de Rode Duivels al eens logeerden. Ons team zou van alles bijleren en er was tijd voor ontspanning. Welverdiende ontspanning, want we werkten hard. Ik zag het helemaal voor me. Van dit initiatief ging ons bedrijf in de toekomst de vruchten plukken.

Het werd dus niet wat ik had verwacht, gedacht en gehoopt. De opleiding was niet de juiste voor onze ploeg en de teambuildingactiviteiten waren eerder kinderachtig. Ook het groepsgevoel leed er onder. Collega’s verkozen de tv op hun kamer boven een groepswandeling. Zucht, diepe zucht! Geen buikschuiver richting hoekschopvlag, maar met het hoofd naar beneden afdruipen.

Gelukkig beslisten we de weken nadien om onze tweedaagse toch een, euh, tweede kans te geven. We dachten nog meer na over locatie, opleidingen en groepsgevoel. Ondertussen zijn we jaren verder en is de tweedaagse een belangrijke en succesvolle pijler geworden, een jaarlijkse afspraak. Het is het moment om de neuzen in dezelfde richting te zetten, om mensen beter te maken in hun job en om een fijne collegiale werksfeer te creëren. Net zoals het in den beginne bedoeld was. Zucht, maar deze keer van opluchting.

Waarom ik in deze periode aan die eerste mislukking terugdacht? Natuurlijk omdat we binnen een paar weken er weer op uit trekken. Maar ook omdat ik vorige week een tentoonstelling over Nederlandstalige muziek bezocht. Ik leerde er dat er van de eerste single van Clouseau, Brandweer, slechts 437 exemplaren werden verkocht. Ook niet direct een voltreffer me dunkt. Misschien dat de broertjes Wauters er op dat moment blij mee waren, maar misschien hadden ze toch ook op meer gehoopt, hebben ze op hun stuur geklopt of toch minstens een paar keer diep gezucht. 

Zowel met Clouseau als met onze tweedaagse is het dus uiteindelijk goed gekomen. Les van de dag is dus dat je een idee waarvan je helemaal overtuigd bent, niet zomaar overboord moet smijten bij de eerste de beste tegenslag. ‘Proberen is leren’ zegt mijn petekind. Ze heeft groot gelijk!

varende boot
© Shutterstock

Buitenstaanders durven weleens te beweren dat ik een makkelijke job heb.

Ze hebben een beetje gelijk want het is natuurlijk zo dat ik geen hersenchirurg ben en ook niet elke dag met hard labeur op mijn knieën vloertegels moet leggen.

Maar… tot daar hun gelijk. Ze denken dat ik een gemakkelijke job heb omdat ik de baas ben die het altijd en overal voor het zeggen heeft en zijn zin kan doen.

Ik kan je vertellen dat dit echt niet het geval is, maar er zijn wel uitzonderingen die de regel bevestigen.

Als Amerikaanse president kan je op Twitter iedereen schofferen, in het rond ‘grabben’ en iedereen die het met je oneens is stante pede ontslaan.

Voetbaltrainers komen ermee weg als ze hun team openlijk op tv afvallen. Winnen doen we samen, maar verliezen, dat is de schuld van de spelers die hun taken niet uitvoeren.

En ooit vertelde een sollicitante me dat ze in haar huidige baas een printer naar haar hoofd slingerde. Ik was er graag bij geweest, gewoon als ramptoerist, maar dit geheel terzijde.

Volgens mij werkt pure top-down-aansturing niet meer.

Het ontzag voor de leidinggevende is veranderd. Net zoals ook de pastoor, leerkracht en politie-agent dit ondervinden.

Als leidinggevende -op wat voor niveau dan ook- heb je niet meer de allesomvattende waarheid in pacht.

De huidige generaties laten van zich horen, gelukkig! Je moet nu als leider volop inzetten op inspraak, overtuigingskracht, overlegmomenten…  

Het kost vaak heel wat energie om mensen mee te nemen in je verhalen, plannen, visie. Temperatuur voelen of uit de tent lokken? Bilaterale gesprekken? Af en toe pas je je tempo aan. Soms moet je ideëen in de ijskast steken… of in de diepvries. Soms moet je ze stapje voor stapje invoeren of toch maar afvoeren of aanpassen.

Vaak is dit de juiste manier. Een team moet inbreng kunnen geven, dat is verrijkend. En er is meestal ook meer dan 1 juiste manier om tot een doel te komen.

Soms kan het frustrerend zijn omdat je als kapitein een koers voor ogen hebt waarvan je denkt dat die de beste is voor je team, afdeling of bedrijf.

Dan is het balanceren tussen inspraak dulden of durven gaan voor je eigen visie. Als het in dat laatste scenario lukt, win je vertrouwen. Mislukt het, dan zit je in de zone van de ‘ziejewel’.

Het is dus niet elke dag makkelijk aan het roer van het schip. Maar het is meestal wel heel plezant!

En als het een dagje minder is, moet ik misschien toch die truc met die printer eens proberen.

wandelen
© Shutterstock

Het was pas tegen het einde van dag twee in Lapland, na ruim 30 wandelkilometers, dat het me begon te dagen. Niemand van ons was ooit op dit pad geweest en toch volgden we gedwee het spoor van diegene voor ons.

We dachten niet na over de snelste, makkelijkste of veiligste passage tussen de keien, rotsen, riviertjes. Gewoon volgen!

Bepaal je als leider zelf het tempo en het pad, dan volgt je team, kuddegewijs, zonder nadenken. Maar zonder ogen op je rug heb je geen zicht of iedereen ‘mee’ is.

En als kwetsbare leider moet je ook beseffen dat je zelf niet altijd de beste oplossing aanreikt. Het is dus essentieel dat iedereen meedenkt.

Loop je achteraan de groep, dan heb je wel zicht op de groep, maar minder invloed op het tempo. Je kan ze fouten laten maken, dat wel. ‘Experience first, label later’, een mooie leerschool.

Maar in het bedrijfsleven heb je niet altijd de ruimte om grandioos te mislukken of met het hoofd tegen de muur te lopen. In Lapland soms wel, maar ook niet altijd. Je wil tenslotte met evenveel teamleden aankomen als je vertrokken bent.

Ons pad was aangeduid met gemarkeerde rotsen. Maar als je van het pad afweek, ontdekte je soms het meest fantastische uitzicht, de ruwste rivierbedding en… het schattigste rendier.

Naar mijn bescheiden mening moet je ook in het leven van alledag van het pad durven afwijken.

Zo gingen we met ons ganse bedrijf, 2000 mensen, eens samen op weekend.

En afgelopen zomer viel ik in het midden van de nacht met drie kilo kersen binnen bij een relatief onbekende, maar erg speciale jongedame met een serieuze waauwfactor.

Los van de uitkomst van beide initiatieven, nu en in de toekomst, blijven het fantastische en memorabele momenten die het leven en het ondernemen, kleur, pit en passie geven. Van het pad afgaan en durven. Ik blijf het af en toe doen.

De zware wandeltochten waren zuiverend voor het hoofd, louterend voor de geest en versterkend voor het lichaam.

Onderweg was het soms stil en waren er soms oorverdovend intense gesprekken. Als leider kan je nooit overal zijn, maar dat is ook niet nodig. Het team redt zich wel.

Wat je wel kan doen is vooraan wijzen op risico’s, achteraan polsen of alles nog onder controle is en halfweg gewoon eens checken of iedereen blij en tevreden is.

Je kan zwijgen en er gewoon zijn, je kan luisteren of zelf advies geven en… je kan Hans Teeuwen imiteren.

Een moderne leider mag en moet mobiel zijn, zowel naar positie, vorm en inhoud. Mobiel leiderschap, ik ben ervoor gewonnen, dankzij een wandeltripje in Lapland! Ook out-of-the-box dus!

rendier
© Shutterstock

Op dag twee van onze expeditie door Lapland kregen we 25 kilometer heuvelachtig parcours voor de kiezen. Met een heftig Ronde van Vlaanderen-weertje, een strakke wind en genoeg regen, was dit het ideale moment om het hoofd leeg te maken, gedachten te ordenen en te mijmeren over heden, verleden en toekomst. En ondertussen blijven stappen, blijven gaan.

Het gebrek aan www-afleiding, de overvloed aan stilte en de adembenemende landschappen zonder auto’s en andere mensen brachten me tot filosofische inzichten over ondernemen. De metaforen vulden mijn notitieboekje.

De wandeling was best heftig. Ik wist nu waarom we absoluut wandelstokken moesten meenemen. De eerste vermoeidheid sloeg toe, maar de goesting overklaste de zware benen.

De aankomst van de dag lag de hele tijd in het zicht, maar bleef ver weg. Les één van de dag: blijf niet teveel focussen op het doel ver weg. Op de weg ernaartoe hebben we ook mooie toppen met fantastische uitzichten gerond. Ook van die tussenstappen moet je durven genieten. Het uitzicht en het gevoel waren er super.

Ons bedrijf telt nu bijna 1000 collega’s, maar je kan er zeker van zijn dat we ook al die andere honderdtallen met trots gevierd hebben.

In Lapland ‘vierden’ we de toppen van de dag met een stukje chocolade, een worstje of een granenreep. Iedereen deelde, iedereen blij.

Les nummer twee: de echte obstakels liggen vaak net voor je voeten. Een losliggende steen, een glad knuppelpad. Om de top ver weg te bereiken, moet je de hindernissen dichtbij overwinnen.

Geen twee zonder drie. Toen we een rivier overstaken, was ik erg voorzichtig. Ik checkte of mijn rugzak nog vastgegespt was en tekende in gedachten het parcours uit.

Op het lichtverende, vlakke knuppelpad daarna ging het vlotter. Ik begon stevig te stappen en zong uit volle borst Will Tura’s Noorderwind mee.

Geloof het of niet: net op dat makkelijk stuk ging ik onderuit. De rendieren moeten raar opgekeken hebben!

Les drie: zelfvertrouwen is positief in het bedrijfsleven, maar op het moment dat je gemakzuchtig wordt, steekt de concurrentie je voorbij of ga je letterlijk of figuurlijk op je bek.

Onze coach bracht tot slot les nummer vier te berde: iedereen valt minstens één keer. Hij had gelijk en ook in ondernemen is het van dattum: niemand rijdt een vlekkeloos parcours. Het is uit de valpartijen dat je leert, ook mentaal.

En zo werd het een zware, maar leerrijke dag. De volgende keer vertel ik jullie hoe een wandeling met zeven geweldige compagnons mij deed nadenken over hoe je elke dag weer je rol van leider moet invullen op de werkvloer.

Zeven ervaren professionals uit het bedrijfsleven verzamelden die zondagochtend op onze nationale luchthaven.

Nobele onbekenden voor elkaar, maar allemaal klaar voor een ongelooflijk avontuur dat hen te voet langs de mooiste plekjes van Lapland zou gidsen. Nooit eerder trokken ze met stapschoenen en wandelstokken de wildernis in.

Eerlijk toegegeven, het was toch een beetje met een bang hartje dat ik daar stond. Zouden die andere groepsleden meevallen? Had ik wel het juiste materiaal gekocht om te gaan trekken? Niet teveel of te weinig eten bij in die zware rugzak?

Kan ik die bergachtige tocht van 100 kilometer wel aan? En ga ik de weg wel vinden daar in de buurt van de poolcirkel? Veel vragen, weinig antwoorden.

Ik vermoed dat mijn reisgezellen ook wel enkele twijfels met me deelden. En zo zie je maar dat zelfs ervaren toppers snel onzeker worden als ze uit hun comfortzone komen.

Je hoeft daar trouwens zelfs niet voor naar Lapland. Als ik in ons eigen bedrijf een andere functie zou bekleden zou ik zelfs nog meer zenuwachtig zijn.

Ik poetsen bij een klant? Ik zou de avond ervoor niet goed slapen. Het zet je vanzelf met de voetjes op de grond. Je bent goed in iets, maar niet in alles.

En het zorgt ervoor dat je altijd respect blijft tonen voor collega’s in andere jobs. Die comfortzone, het is iets vreemds.

De uitspraak van Pipi Langkous: “Denk maar gewoon: ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan” klopt niet helemaal. Toen ik vroeger met de chiro op kamp ging, maakten we ook lange trektochten en wisten we vaak de weg vaak niet. Ik heb het ooit al gedaan en toch denk ik nog altijd dat ik het niet kan.

Met de chiro waren we op het einde van de dag uitgelaten en blij als we naast het water in onze waterkit ook een scheut grenadine kregen.

Nu, zoveel jaren later deelden we - na een helse dag vol regen en wind - enthousiast en kinderlijk blij een stukje chocolade, een granenreep en een zakje nootjes. Enkel de korte broek van toen ruilden we in voor een langer exemplaar.

Wat in onze jeugd plezant was, wordt zoveel jaren later iets dat ver buiten onze comfortzone ligt. Iets om over na te denken.

In mijn volgende columns beschrijf ik graag over mijn ervaringen in Lapland. Over het groepsproces, een visie op leidinggeven die me onderweg te binnen schoot en de metaforen die ik ontdekte tussen de tocht en ondernemen in het dagelijkse leven.

De eindconclusie toen we terug op Zaventem arriveerden - tevergeefs wachtend op onze rugzakken- kan ik nu al meegeven. Het was fantastisch, het was fijn, het was zo ongelooflijk schoon. Net zoals toen met de chiro was het top.

Nog iets om over na te denken. We zijn gestopt met iets dat we leuk vonden en na een onderbreking van tientallen jaren vinden we het nog altijd leuk. Je stopt met spelen omdat je ouder wordt? Of je wordt oud omdat je stopt met spelen?

Ik had er graag over gefilosofeerd met de 83-jarige landgenoot die we kruisten. Hij was in zijn uppie onderweg. Maar er was geen tijd. Buiten de comfortzone was het heel plezant maar er moet wel serieus doorgestapt worden.

Je ziet het tegenwoordig in het eersteklassevoetbal. De vetbetaalde vedette warmt zich op langs de zijlijn en krijgt het gezelschap van een trainer. Hij voetbalt al zijn hele leven en verdient astronomisch veel, maar zelfstandig warmlopen, is blijkbaar niet mogelijk. Vreemd? Overdreven?

Het doet me terugdenken aan het bescheiden niveau waarop ik zelf voetbalde. Op donderdag paste de trainer zijn oefenstof al aan in functie van de tegenstrever. Net vóór de wedstrijd, was er vaak een uitgebreide tactische bespreking inclusief scoutingverslag. Tijdens de opwarming fluisterde hij nog wat kleine specifieke en persoonlijke dingetjes in je oor en op de dinsdagtraining volde er een korte nabespreking in groep of individueel. Dat alles terwijl ik maar op provinciaal niveau speelde. Vreemd? Overdreven?

Eigenlijk niet. In al die jaren pikte ik op die manier heel wat op. Elke trainer bracht me iets bij en coachte me op basis van zijn verwachtingen. Zo werd ik elke keer een beetje beter.

Het voetballen is ondertussen verleden tijd, maar de coachingmethodes zijn me wel bijgebleven. Hoewel ze soms redelijk ‘fout’ waren. Op mijn allereerste training met de grote jongens schopte de trainer zo hard tegen mijn achterwerk dat ik al heel snel terug bij mijn vrienden wilde gaan spelen. 

Ik vraag me af of je op de werkvloer even intensief kan coachen, begeleiden, aansturen zoals in het voetbal? En indien ja, zorgt dit dan ook voor betere resultaten? Want daar willen we toch allemaal naartoe!

Het intensief begeleiden van een team op de werkvloer vraagt aanwezigheid, tijd en enthousiasme. Maar heeft de leidinggevende die ruimte wel in zijn agenda? Vaak hebben ook de leidinggevenden een goedgevuld takenpakket en wordt het leidinggeven verwaarloosd of naar de achtergrond verdrongen. 

En dan is er de insteek vanuit de kant van de mensen die aangestuurd worden. Is het wel fijn met een leidinggevende die er zo kort opzit en elke dag weer op verbeteren hamert? Micromanagement in het kwadraat! Haalbaar? Nuttig? En heeft de leidinggevende dan nog tijd voor het breder kader?

Zelfsturende teams zorgen voor een grotere jobvoldoening . Maar wat als het met de jobtevredenheid wel goed zit, maar de resultaten niet volgen? Toch maar intensiever opvolgen en bijsturen?

Het lijkt erop dat de ideale situatie alweer in het compromis zit. Veelvuldig overleg is heilzaam en maakt de verwachtingen duidelijk. Tegelijk is het belangrijk om genoeg zuurstof en ruimte te laten voor de eigen inbreng van het team. Verder is het ook belangrijk om te coachen op maat: de ene heeft net dat tikkeltje meer of minder nodig dan de ander.

Met een doorgedreven, motiverende coaching kan je het verschil maken. Schaven aan elk detail, dat werkt! Een van mijn voetbalcoaches vertelde me ooit dat de spits van de tegenpartij naar de kapper was geweest en er dus anders uitzag dan tijdens de heenwedstrijd. Ietwat overbodige info want deze spits was de enige niet-blanke bij de tegenpartij. De verdediger vroeg voor de zekerheid toch nog maar even met welk rugnummer de man speelde. Hilariteit alom.

Om maar te zeggen, coaching mag ook plezant zijn. Het schoolmeesterachtige is niet meer van de tijd en ook een schop tegen het achterste is passé.

Sinds enige tijd ben ik niet enkel in de dienstencheque-sector actief maar ook in de escape-business. Ik ben mede-eigenaar van twee vestigingen van Escape-rooms. Dat is een teambuildingsspel waarin mensen opgesloten worden en binnen het uur moeten proberen te ontsnappen. Hierdoor heb ik niet enkel een fascinatie voor leidinggeven, maar ook voor kisten, kluizen en kooien.

Soms komen mijn twee fascinaties netjes samen. Ik leg jullie graag uit wat ik hiermee bedoel.

De meeste bedrijven hebben het ondertussen wel door. Het menselijk kapitaal is belangrijker dan wat dan ook binnen een gezond bedrijf. En als je er nog niet van overtuigd bent dat fijne werkomstandigheden voor je collega’s belangrijk zijn voor mooie resultaten, dan drukt de huidige ‘war for talent’ je wel met de neus op de feiten. 

De HR-diensten en directies proberen volop een goede werkplek te creëren. Elke week lees of hoor ik wel ergens geweldig toffe ideetjes om de collega’s te verblijden en de job-omstandigheden te verbeteren. Het ene idee al wat creatiever dan het andere. Top!

Maar loert daar ironisch genoeg ook geen gevaar om de hoek? Bouwen we onbewust niet aan een aantrekkelijke gouden kooi waar het fijn vertoeven is? Want wat te doen als je eigenlijk geen interesse meer hebt in je job en geen uitdagingen. Wat doe je dan? Wat als de randvoorwaarden binnen de job zo mooi zijn uitgebouwd dat het moeilijk loslaten wordt? Dilemma! Want de hypotheek blijft lopen en verandering is altijd lastig! Maar je nog jaren elke dag bezighouden met taken of doelen die je niet meer raken of interesseren, dat lijkt de kortste weg naar je niet meer goed voelen in je vel, naar bore- of burn-out en dergelijke. Daar kunnen geen gezonde sapjes, teambuildings, rimpeldagen of cafetariaplannen tegenop.

Hans en Grietje wilden ontsnappen uit hun kooi, maar andere sprookjesfiguren zouden zich ongetwijfeld tegoed blijven doen aan al dat toegestopte lekkers.

De voorbije jaren zag ik Hans en Grietje ook passeren op de sollicitantenstoel. Ze zochten opnieuw uitdaging, motivatie, ambitie en arbeidsvreugde. Slechts weinigen kon ik overtuigen om voor ons te kiezen. De anciënniteitswedde van de ambtenaar, de verlofregeling van de leerkracht, de blitse bedrijfswagen en dito bonus van de verkoper waren te grote obstakels. Ze konden de stap niet zetten om die achter te laten.

Ik werp hen geen steen toe. Zij hebben ten minste al eens nagedacht over een ontsnappingsroute. Anderen zullen zelfs die stap nooit overwegen. Dat is jammer, want niemand zit te wachten op een collega die enkel blijft omdat hij veel vakantiedagen heeft. En geen enkele persoon verdient het om zijn dagen in totale verveling te slijten en af te tellen tot hij op vakantie kan.

Met het langer werken en een veranderende tijdsgeest moeten bedrijven blijven inzetten op het aangenamer, gezonder en plezanter maken van de werkvloer. Maar tegelijk moeten ze zich ook focussen op een efficiënte en uitdagende organisatie van het takenpakket. Een moeilijke evenwichtsoefening die dialoog vereist, een open en eerlijke communicatie over wederzijdse verwachtingen en ambities, nu en in de toekomst. Delicaat en lastig, maar lastig gaat ook! En datzelfde geldt voor een escape-room, ook al is die zeker niet van goud.